UIT DE HISTORIE DER BETUWE

door SNUFFELAAR

GESCHIEDKUNDIGE SNUFFELARIJEN UIT ELDEN'S PAROCHIE IV

Den 10en Februari 1797 kregen we dus hier in Elden weer voor het eerst na de hervorming een eigen kerk met pastoor. De eerste herder was, zooals we reeds vermeld hebben, Henricus Brouwer uit Nijkerk. Hij was voorheen kapelaan aan de Keijenburg, en komt hier op 9 of 10 Februari 1797. Hij teekent de laatste dorpeling aan
op 11 Febr. 1812. Hij sterft te Elden 13 Oct. 1813, hergeen ons in de "Mengelingen" IV, blz. 135 aldus vermeldt wordt: Elden. Den 13en van Wijnmaand verloren wij onzen waardigen Herder, den WelEerw. Heer Henricus Brouwer, sedert 't jaar 1797 pastoor alhier." Z'n opvolger is:
Carolus de Vries. Hij wordt in 1807 priester gewijd; hij staat als kapelaan te Doetinchem en Wijnbergen in het begin van 1810; vervolgens te Oud-Zevenaar in 't jaar 1811; dan te Arnhem en komt begin van 1814 als pastoor te Elden. Hij sterft daar op 15 Aug. 1832. Daarna staat hier als pastoor
Gerardus de Reuver. Hij werd geboren te Huissen 1800; gewijd 4 Aug. 1824; wordt kapelaan eerst te Duiven, dan te Zutphen, vervolgens te Arnhem alwaar hij aankomt na Juni 1831 en gaat vandaar in Aug. 1832 als pastoor naar Elden. (Tusschen den dood van pastoor de Vries en de komst van pastoor de Reuver liggen hoogstens 14 dagen. In dien korten tijd moet de pastorie waargenomen zijn door den priester A. Hoogveld en daarna door den weleerw. Heer N. Clerx.)
Pastoor de Reuver is de bouwer van de 2
e kerk; de thans genoemde "oude kerk aan den dijk". De eerste kerk en pastorie van 1797 waren in zoo'n slechten toestand gekomen, dat ook van uit den Haag geoordeeld werd, dat die gebouwen behoorden te worden vernieuwd. Omtrent de plaats waar ze zouden verrijzen, lezen we in den brief van den zeereerw. Heer Terwindt, pastoor van Zeddam en Aartspriester van Gelderland1) dat hij met den pastoor en kerkmeesters van Elden een onderzoek ter plaatse heeft ingesteld en "dat het hen is gebleken, dat de voor den stand en het behoud dier nieuwe gebouwen de geschiktste plaats, welke tevens met het gerief der ingezetenen het meest overeenstemt is, tusschen de oude pastorij en de tegenwoordige school, aan den afweg naar de kerk der Hervormden, doch zooveel doenlijk van den bandijk verwijderd, welke plaats tegelijk de eenigste in die gemeente is, die voor overstroomingen zoude beveiligd zijn. Verder geeft hij toch advies den grond aldaar drie of vier meter te verhoogen! Pastoor de Reuver had eerst den bouw begroot op f 10.000; doch de Regeering maakte daar financieel bezwaar tegen; zoodat ook reeds in die dagen "bezuinigd" moest worden. Ten slotte gaf het Rijk bij besluit van 20 Julij 1835 van de Generale Directie voor de zaken van den R.K. Eeredienst een subsidie van f 7000.
Verder werd met goedkeuring van Ged. Staten van Gelderland een leening gesloten van f 2300 ad 4 pct.
2), terwijl als vrijwillige giften der Gemeentenaren f 174.10 was bijeengebracht.
De pastoor beschikte dus in totaal over een bedrag van f 8450
3); met verschillende bijwerken werd er in totaal uitgegeven f 9501.84 zoodat er een tekort was van f 27.74 "welk tekort door de gewone inkomsten der kerk is gedekt", zooals er in de officieele afrekening staat.
In 1836 werd de eerste steen gelegd, doch omtrent inwijding enz. hebben we niets kunnen vinden.
In Januari 1841 wordt pastoor de Reuver naar Nijkerk overgeplaatst. Daar fungeert hij tot December 1848; waarna hij benoemd wordt te Olburgen. Daar staat hij tot 1865 en na bekomen ontslag gaat hij te Hilversum rusten, waar hij 4 Nov. 1870 sterft.
Leonardus Franciscus Huberts geboren te Huissen 29 Aug. 1805, gewijd 1 maart 1828, staat als kapelaan te Doesburg tot Juli 1830; gaat dan naar Zutphen tot Oct. 1834; als kapelaan naar Arnhem gezonden tot in den zomer van 1836. Vandaar gaat hij als pastoor naar Indoornik en Heteren tot Januari 1841 en komt dan als pastoor naar Elden, alwaar hij in het doopboek neerschrijft: "Ego L. Fr. Huberts anno 1841, die 21 Januarii in ecclesia Romano Catholica de Elden suscepi curam Pastor.
4) De laatste doopeling teekent hij hier aan op 9 Januari 1855 en gaat dan naar Hoogland, alwaar hij fungeert tot de maand Mei 1870. Na bekomen ontslag gaat hij te Zutphen rusten.
Gerardus Leonardus van Lith geboren te Rumpt in 1791; priester gewijd 24 September 1813; staat als kapelaan eerst te Utrecht en daarna te Amersfoort; wordt in 1819 pastoor te Renswoude en Veenendaal; in 1826 te Breukelen; in 1839 te Wijk bij Duurstede. Den 14 Januari neemt hij bezit van de pastorie van Elden. In 1868 neemt hij ontslag. Tot 27 maart 1868 (wanneer pastoor Claassen hem opvolgt) wordt de zielzorg over Elden waargenomen door den Deservitor Ludovicus Anton van Raay, die van hier als kapelaan naar Zeddam vertrekt.
Martinus Claassen geboren te Escharen den 6 Mei 1830; op 2 Juni 1855 komt hij als assistent te Batenburg (Dekenaat Druten, bisdom 's Bosch); komt op 6 Januari 1856 als kapelaan te Wijnbergen en Doetinchem; vervolgens te Bemmel van 30 December 1857; dan te 's Heerenberg van 8 October 1858, daarna nog te Rietmole en Neede van 19 Januari 1860; te Ulft van 9 Juni 1865, totdat hij als pastoor naar Elden vertrekt. Op 27 maart 1868 neemt hij bezit van de pastorie alhier. Hij sterft op 19 Maart 1891.
(Wordt vervolgd) N.B.

Voetnoten
1) We hadden in die dagen nog geen eigen bisschoppelijk bestuur. Ons land was toen missieland.
2) Elk jaar moest f 100 afgelost worden. Deze aflossing en de rente moesten uit het bankengeld bestreden worden.
3) Aannemer was G. van Belkum, Mr. metselaar te Arnhem.
4) Ik L. Fr. Huberts, heb den 21 Jan. 1841 in de R. K. kerk van Elden 't pastoraat opgenomen.

N.B. In Opstel II van m'n geschiedkundige snuffelarijen dient 'n verbetering te worden aangebracht. Dank zij de mededeeling van den Zeereerw. Heer v. W. uit Huissen, bevindt zich in het parochieel archief te Huissen 'n stuk, waarui t blijkt, dat de pastoreele bediening over de dorpen Bemmel, Angeren en Elden door de stadskapelaans of vicarissen van Huissen eerst in 1686 is aangevangen. Hoe de zielzorg over deze dorpen vr dien tijd geregeld was, laat zich indenken. Vr dien tijd zal zoo af en toe eenig priester de verstrooide kudde bijeengebracht hebben ter viering der H.H. Geheimen..


1996-2014 Lucas van Elden, Arnhem.