UIT DE HISTORIE DER BETUWE

door SNUFFELAAR

GESCHIEDKUNDIGE SNUFFELARIJEN UIT ELDEN'S PAROCHIE III

Na den afstand van Jacobus Helling, in Juli 1669, om 't pastoraat van Huissen te aanvaarden, is de eerste, die we als kapelaan hier ontmoeten:
7. Laurentius Pilsen. Hij komt 't eerst voor in 't doopboek op 16 Mei 1682, waar hij als peter genoemd wordt. Wie z'n onmiddellijke voorganger geweest is, is ons niet bekend. Wel weten we van hem, dat hij de strijd tegen de Jansenistische scheuring in die dagen met alle waardigheid en voorbeeldigen offergeest gevoerd heeft. De toenmalige pastoor van Huissen, Hendrik Holle, was behept met Jansenistische denkbeelden. In z'n parochie stond een nonnenklooster, aan welks hoofd zeer bekende figuren als rector gestaan hebben, zooals Johan Vossius, Petrus Kodde, Stalpert van der Wielen e.a. Nu was, tot groot geluk van alle rechtzinnige Katholieken te Huissen, de sedert 16 Mei 1709 aangestelde rector Pieter van Beest, in tegenstelling met verschillende vorige rectoren, vrij van Jansenistische smetten. Onze Laurentius Pilsen schijnt in 't begin door de Jansenistische beweging te zijn meegesleurd; althans is hij ook één der mede-onderteekenaars van 't beruchte request der Jansenisten in 1701. Later, toen hij, evenals zoovele anderen, duidelijk bemerkte, om den tuin te zijn geleid, en beter op de hoogte kwam van de noodlottige scheuring, die in de H. Kerk daardoor te weeg gebracht werd, heeft hij openlijk en fier zijn misstap hersteld. Hij deed dit op 'n wijze, die onze bewondering verdient.
Het jubilé, in 1708 door paus Clemens XI uitgeschreven, en door den nuntius J.B. de Bussi alleen aan de rechtzinnige priesters gezonden, met uitsluiting der Jansenisten, kwam te Huissen niet aan bij Pastoor Holle, maar, gelijk 't legerboek, blz. 18, zegt, bij "den Eerw. heer Laurentius Pilsen, capellaen van Huissen…, die altijd gehoorzaam aan de Stoel van Rome is geweest…. Ook is het door de wereltsche overheyt verboden aan d'Eerw. heer capellaen dit jubilé te verkondigen. En omdat hij op de preekstoel seyde, iets te hebben, dat niet mogt verkondigen, maer dat hij hetselve buyten de stad soude voorleezen; dat hij gedaen heeft aan de Karbrugh, alwaar dat de cathechismus in de somer geschiet, een halve uur buyten de stad; soo heeft daarover de Eerw. heer capellaen vele moeijelijkheden uytgestaen en merckelijke onkosten gehad." Hij werd n.l. in 't volgende jaar, zooals 't legerboek blz. 25 mededeelt, "daerover van de wereltsche overheyt op Goeden Vrijdag 1709 van zijne bedieningh gesuspendeerd en heeft ook boete of breuk daarvoor moeten betalen; en dat heeft tot des Maendags voor Onze Heere Hemelvaart geduurd; wanneer voor de eerste reis in de parochiekerk heeft wederom begonnen de Misse te leezen; en alle die tijd was er geen vroege Misse op de geboden Heilige dagen, nach Sondaghs en vele van sijne penitenten hebben haer Hoogtijt van Paschen niet gevoeglijk kunnen houden."
Wat ' verschrikkelijken toestand voor de rechtzinnig geloovige Katholieken! Wat een onheil voor Christus' Kerk! En toch… "de poorten der hel zullen Haar niet overweldigen". Van 't Jansenisme is niet veel meer over dan nauwelijks de bekendheid van haar naam! In Juli 1922 telde 't Jansenisme in Nederland ongeveer 9700 geloovigen, over 27 gemeenten verspreid! En de tegenwoordige Katholiek weet nagenoeg niets van de bange dagen, die 't ook in onze streken voor de ware Kerk teweeg heeft gebracht. Daarom halen we deze geschiedenis hier aan, opdat 't voorbeeld en onzer voorvaderen volharding, maar vooral hun vertrouwenvol volgen der wettig als herders aangestelde priesters ons voortdurend voor oogen moge zweven en ter navolging prikkelen.
't Reeds vaak aangehaalde legerboek vertelt op blz. 26: " Doordien daer groote oneenigheyt in de stad Huyssen was, en die aen Romen gehoorzaem waren niet konden resolveeren (besluiten) in de Misse ofte predicatie van den heer Holle te gaen, soo is nae dien tijt (d.i. na de aankomst van den rechtzinnigen priester P. van Beest in 1709, als rector van 't zusterhuis te Huissen!) op Sondaghen en Heilighe Daghen onse kloosterkerk vol van menschen gepropt geweest; ja buyten de kerk was zooveel volcks, die niet konden in de kerk komen, dat se buyten op de wegh tot dightbij 't kerkhof der parochie bleven staen om de Misse te hooren. En de Eerw. heer Capellaen, op Sondagh de Hooghe Misse singende in de parochiekerk, wanneer na 's Evangelie door heer Holle wiert gepredikt, die aen Romen gehoorzaem waren gingen óf uyt de kerk óf zij kwamen met anderen wederom in de kerk nae de predicatie, als het Credo gezongen wiert: soodat het getal van diegene, die in ' Sermoen (=in de Mis) van den heer pastoor Holle bleven, niet al te groot was. En dit heeft geduurd soo langh, totdat de Eerw. heer Holle sigh aan zijne wettige geestelijke Overheyt onderworpen heeft". (Dat is tot 24 maart 1711.)
Eindelijk zegt 't legerboek blz. 36: "Dit jaer (=1717) in September is in Huyssen overleden de Eerw. heer L. Pilsen, capellaen van de parochiekerk, oudt omtrent 70 jaren… Heeft veel uytgestaen om sijne getrouwheyt voor de Stoel van Romen in de vorige jaren. Het lijck, als't begraven wiert, was van negen priester verselt."
We hebben deze heele geschiedenis, die ziche vooral in Huissen afgespeeld heeft, hier onder Eldens geschiedenis vermeld, omdat kapelaan Pilsen immers tevens pastoor van Bemmel, Angeren en Elden was, en in zooverre dus ook zeer groote verdiensten heeft voor en den dank verdient van Eldens Katholieken. Als opvolger van pastoor Pilsen vinden we:
8. Johannes Leppingh. Hij is reeds hier in 1719, wijl er in de kerkrekeningen op 10 Febr. 1729 'n nota van hem voorkomt, waarbij hij de revenuen zijner kapelanie sedert 1719 opvordert. Op 12 Febr. 1732 komt Z.Eerw. nog als getuige bij 'n huwelijk voor. In den loop van dit jaar verdwijnt hij echter.
9. Christiaan van Eymeren werd in 1732 hier kapelaan. Hij was geboren in 1702. Het doodenregister zegt ons van hem: "1786 den 21 Mei sterft alhier de Weleerw. heer Christiaan v. Eymeren, oud 34 jaren, aan 'n beroerte; hij is 54 jaren kapelaan dezer stad en pastoor-missionaris van Bemmel, Angeren en Elden geweest; den 26 Mei in de kerk begraven."
Op de gedrukte naamlijsten van Heeren Geestelijken van de Hollandsche Zending komt hij altijd als pastoor van Bemmel voor, reeds in 1757. In 1783 komt, blijkens het legerboek blz. 58 als rector der Zusters te Huissen voor den Eerw. Heer:
10. Wilhelmus Peters. Hij zal in 1786 pastoor van Eijmeren als vicaris zijn opgevolgd. Hij begint nog met dezelfde titels als z'n voorganger, nl. "Kapellaen van Huissen en pastor-missionarius van Bemmel, Angeren en Elden." In 1797 onderging dit echter 'n verandering, wan top 10 Febr. 1797 werd Elden een zelfstandige statie onder pastoor Henricus Brouwer en op 12 April van etzelfde jaar 1797 werd, volgens het doopboek van Hulhuizen ook Bemmel tot een afzonderlijke statie verheven met den Eerw. Heer Wilhelmus Peters als eerste pastoor. Evenwel blijft hij ook nog als kapelaan van Huissen fungeerend, want in het Huissensche doopboek van 10 Sept. 1800 vinden we den eerw. heer Wilhelmus Peters, kapelaan van Huissen als peter vermeld.
In de "Mengelingen voor Roomsch-Katholieken", jaargang 1807, blz. 170, vinden we: "Bemmel, den 15 Febr. 1807. Heden overleed alhier de weleerw. heer Wilhelmus Peters, sedert het jaar 1797 pastoor dezer gemeente."
Doordat dus de parochie's Bemmel en Elden zelfstandig waren geworden was de titel van de stadskapelaans aldus ingekort: kapelaan van Huissen en pastor-missionarius van Angeren. En hier zouden we dus gevoeglijk onze mededeelingen over de stadkapelaans kunnen sluiten, als niet meer hoorende onder Eldens geschiedenis. Doch omdat we onze grenzen niet zeer eng genomen hebben, en omdat we er nog slechts 2 ontmoeten, willen we die volledigheidshalve nog vermelden:
11. Johannes Jeuken. Hij komt voor als pastoor van Angeren in 1799 en volgende jaren, en eenigen tijd later, misschien na den dood van pastoor W. Peters, als kapelaan van Huissen. Het doodenregister zegt van hem: "1830 den 28 Jan. Sterft alhier de eerwaarde heer Johan Jeuken, kapelaan dezer stad en zielsbestierder van Angeren, in den ouderdom van 58 jaren: begraven den 1 Febr. Op het kerkhof."
12. Rutgerus Hubertus Huberts geboren 26 April 1802 te Huissen. Hij werd gewijd 29 October 1824, werd rector en huiskapelaan te Huissen, vervolgens in 1830 na den dood van den eerw. heer Jeuken vicaris of kapelaan der stad Huissen, en pastoor van Angeren tot begin van 1838. Daarna wordt hij pastoor te Zutphen en nog later deken aldaar.
Kapelaan Huberts is de laatste die nog als kapelaan van Huissen en als pastoor van Angeren voorkomt. In 't vervolg staat Angeren als bijkerk onder den pastoor van Huissen tot 1844, in welk jaar het in den eerw. heer W. Versteeg een eigen pastoor krijgt.


© 1996-2014 Lucas van Elden, Arnhem.