UIT DE HISTORIE DER BETUWE

door SNUFFELAAR

GESCHIEDKUNDIGE SNUFFELARIJEN UIT ELDEN'S PAROCHIE II

We hebben in ons vorig artikel dus gezien, dat voor onze parochie de tijd der Calvinistische overheersing loopt van pl.m. 1583 tot 1797. Onze parochie of liever statie, werd van uit Huissen bediend, evenals de staties Bemmel en Angeren. De stadskapelaan of vicaris van Huissen was met de zielzorg der Katholieken van die drie dorpen belast. De stadskapelaan werd niet door de Kerkelijke Overheid benoemd, zooals wij dat tegenwoordig gewoon zijn, doch dr de Magistraat of den Gemeenteraad van Huissen.
In een oude kerkrekening van het 1658-59 wordt vermeld dat de Kapellarie of Vicarie toen reeds een eigen huis had en in de uitgang voor de kerk lag. In diezelfde rekening vinden wij: "Aen den Heer Capellanus Benardo Engelen betaelt zijn jaerlijx gehalt: 8 gl. 4 st." (8 gulden en 4 stuiver!)
In 't register van de verschillende staties uit dien tijd, dat de pauselijk nuntius plm. 1750 bijhield, staan de drie dorpen Bemmel, Angeren en Elden genoemd als staties waar de kapelaans een fatsoenlijk bestaan hadden. De eerste kapelaans die we hier ontmoeten, is:
1. Theodorus Poorterus = de Poorter, geboren in de Streek (N.-Holland). Hij was bacalatireus in de theologie. Hij is in 1627 reeds hier kapelaan, blijkens 't volgende uit 't doopboek: "11 junii 1627 bapt.us… patrinus Theodorus Poorterus sac. Huiss."
1) Op 6 Januari 1632 staat nog in het doopboek: "baptizavi ego Theodorus Poorterus Capellanus…"2) Dan verdwijnt hij en zal wellicht nog in hetzelfde jaar pastoor te Zevenaar zijn geworden, alwaar hij volgens de Relatio Romana van Jacobus de la T(?) (te vinden in de bibliotheek van het seminarie te Rijsenburg) "multis a(?) nis pastorem egrigium egit."3) Hij sterft daar 31 augustus 1656. Zijn opvolger is 'n zekere eerwaarde heer:
2. … Meteren. (Z'n voornamen hebben we niet kunnen vinden. Op 26 September 1632 schrijft hij in 't doopboek: "Ego Meteren sacelanus baptizavi…"
4) En op 2 Febr. 1633 heet 't in 't trouwboek: "Solemnizatum per me Meetren Cap.:"5) Nog vinden we in 't doopboek op (?) Dec. 1633: "idem qui supra (sc. Meteren) baptizavi…"6) Waar hij sedert dien tijd gebleven is, hebben wij niet kunnen opsporen, evenmin is ons gebleken of hij verwant was aan Cornelius van Meteren, 'n Amersfoorter van geboorte, die te Keulen zijn theologie gehoord had en in 't jaar 1624 als Pastoor te Kuilenburg aan de pest stierf. (Batt. Sacra II, p. 31-?) Als opvolger van Meteren troffen we aan:
3. Alardus Palmert, die op 26 Dec. 1659, toen Heer Poorterus nog kapelaan was, in 't trouwboek schreef: "Solemnizalum per me Alardum Palmert venia Pastoris."
7) Op 6 Dec. 1635 schrijft hij in 't doop- of trouwboek: "per Alardum Palmert in absentia Pastoris8) en op 10 Aug. 163? Schrijft hij definitiever: "Solemnizatum per me Alardum Palmert sacelanum."9) Verder vinden we nog in 't boek: Nota: "13 Juli 1646 R.D. Alardus Palmert subutanea morte obitt prope Angeren hora 11 ante prandium in carruca."10)
4. Bernardus Engelen zal wellicht direct op heer Palmert als kapelaan gevolgd zijn. Zeker is hij hier kapelaan in 1658 volgens de oude rekening, die we in 't begin van dit artikel aanhaalden. In Batt. Sacra II, pag. 439 lezen we: "Bernardus Engelen, dewelke het Pastoorsambt te Huijssen met groote wakkerheit heeft bekleedt; en aldaar is overleden den 12 Julij 1669." Hij is dus later pastoor van Huissen geworden.
5. Jacobus Verhaar had reeds een veel bewogen leven achter zich, toen hij hier te Elden aankwam. Hij was uit Utrecht geboortig en baccalaurens in de theologie. Omstreeks 1640 wordt hij pastoor te Kuilenburg. Hij was heftig in 't preeken en streng in 't berispen en keek niemand naar de oogen. Die vrijmoedigheid kon echter geen genade vinden in de oogen der Calvinistische predikanten te Kuilenburg. Hij werd dan ook vandaar verdreven. De zaak schijnt zich als volgt toegedragen te hebben. Een der Calvinistische predikanten aldaar had in de kerk aan de H. Barbara van den kansel gedreigd niet meer in die kerk te zullen preeken, voordat 't afgodisch beeld der H. Drievuldigheid daaruit verwijderd was.
Korten tijd na die lastertaal, juist op 't feest der H. Drievuldigheid, liet God door 't hemelvuur die heele kerk verwoesten. Pastoor Verhaar zou daaromtrent gezegd hebben, dat de brutaliteit en de lastertaal van die Calvinistischen predikant met recht gestraft was. Daarom werd hij uit Kuilenburg verdreven. Dit had volgens Voet van Opheusden: Beschrijving van Culenborg I, blz. 297 plaats in het jaar 1654.
Tijdens zijn pastoorschap aldaar werd hem vroeger reeds de gevangenis berokkend door 'n zekere pater Benedictus Brinius (al. pater Planck) 'n Franciskaner monnik, uit Vlaanderen, die zich te Abkoude als pastoor had ingedrongen. Pastoor Verhaar had de bevelen van den Apost. Vicaris aan genoemden pater overgebracht, wat de oorzaak werd van z'n gevangenneming.
Vervolgens was hij in verschillende plaatsen als pastoor werkzaam, zoals te Leiden tot 't jaar 1656; dan te Koudekerke (of Groenendijk) tot 1657, dan te Muiden tot 1659 en eindelijk kapelaan alhier, blijkens hetgeen pastoor Bernardus Engelen aan 't einde van 't doopboek- en trouwboek no. 1 neerschrijft: "Einde van 't jaar 1659. 't Jaar 1660 zal beginnen onder de Weleerw. heer Bernardus Engelen als pastoor en de Weleerw. heer Jacobus Verhaar als kapelaan."
Hij zal hier gefungeerd hebben tot 't begin van 1632, wanneer hij hier door Jacobus Hellingh wordt opgevolgd. Waarheen ZijnEerw. toen gegaan is, blijkt niet. Na 21 Juli 1664 wordt hij pastoor te Amsterdam "in de beroemde kerk op de Singel, waar hij omstreeks Maart 1670 overlijdt".
6. Jacobus Hellingh was hier kapelaan in Febr. 1662, blijkens 't volgende uit de kerkenrekening over 1661-1662: "Op de feestdag van de H. Apostel Mattheus, de 24 Febr. 1662, de eerste Vrijdag in de Vasten, als Jacobus Hellingh zijn eerste predikatie als kapelaan dede."
Hij doet afstand van de kapelanie in Juli 1669 om de pastorie van Huissen te aanvaarden. Volgens Batt. Sacra II pag. 439 schijnt hij nog lang pastoor van Huissen te zijn geweest. "Maar als dezelve afgeleefd en over de 80 jaaren oud geworden was, is in zijne plaats gekomen Pieter van Beest (te weten als pastoor van Huissen)".
We hebben hiermede de eerste 6 stadskapelaans of vicarissen van Huissen, die tevens pastoor-missionaris van Bemmel, Angeren en Elden waren besproken. In 'n volgend opstel hopen we de volgende en laatste 6 eerw. heeren aan de aan de lezers voor te stellen.
Bij 't samenstellen van deze opstellen hebben we behalve de aangehaalde werken, voornamelijk geraadpleegd 'n oud handschrift, dat aan de pastorie te Elden bewaard wordt. Dit schijnt door een der vroegere eerw. heeren pastoors (hoogstwaarschijnlijk pastoor Claassen) te zijn samengesteld.

Voetnoten
1) 11 Juni 1627, gedoopt... peter Theodorus Poorterus, kapelaan te Huissen.
2) Ik Theod. Poorterus, kapelaan hebt gedoopt...
3) Gedurende vele jaren was hij 'n uitstekend pastoor.
4) Ik, Meteren, kapelaan, heb gedoopt...
5) Door mij, Meteren, kapelaan, plechtig in 't huwelijk verbonden.
6) Dezelfde als boven (n.l. Meteren) heb gdoopt...
7) Door mij, Alardus Palmert, plechtig in 't huwelijk verbonden met verlof van den pastoor.
8) Door mij, Alardus Palmert, in afwezigheid van den pastoor.
9) Door mij, Alardus Palmert, kapelaan, plechtig in 't huwelijk verbonden.
10) 13 Juli 1646. De Eerw. Heer Alardus Palmert, plotseling overleden voor 't eten ongeveer 11 uur nabij Angeren, gezeten in 'n rijtuig.

De Sint Lucaskerk 1902-1944 (dit is niet de afbeelding uit de krant, maar een ansichtkaart uit 1910)


1996-2014 Lucas van Elden, Arnhem.