UIT DE HISTORIE DER BETUWE

door SNUFFELAAR

GESCHIEDKUNDIGE SNUFFELARIJEN UIT ELDEN'S PAROCHIE I

A.s. 15 October is het 25 jaar geleden, dat onze kerk door Z.D.H. de Aartsbisschop plechtig werd geconsacreerd. Dit feit zal hier in Elden - al is het dan niet grootsteedsch - toch blij herdacht worden. De penningvereeniging "St. Lucas" hoopt bij die gelegenheid ook iets extra's te kunnen doen. Wat zal dat zijn?....
Doch bij dit zilveren feest zal het voor heel veel parochianen wel aardig zijn iets uit de kerkgeschiedenis van ons dorp naar voren te brengen. We meenden dan ook goed te doen onze geschiedkundige aantekeekeningen, die we hieromtrent bezitten, wat te ordenen en het zoo niet als geschiedschrijving, doch meer als geschiedkundige snuffelarijtjes aan de lezers voor te zetten. Mogen ze bij de lezers met dezelfde liefde ontvangen worden, als wij ze hen aanbieden!
De parochie van Elden is al heel oud. Wanneer ze als zoodanig gesticht is, blijkt niet, doch ze komt al reeds bestaande voor in het jaar 1388. In het stadsarchief te Arnhem toch wordt een perkamenten oorkonde bewaard, gedateerd 13 april 1388, waarin Elburgis van Bryenen, weduwe, bij testamentaire beschikking een legaat maakt aan de Vicarissen van de St. Walburgiskerk te Arnhem. Deze oorkonde zegt woordelijk: dedit et lagavit vicario Ecclesiae Stae Walburgis Arnhemiensis unam libran annuam et omnibus bonis suis sitis in Parochie de Elden.
1)
In het Jansenistische "Battavia Sacra" deel II, pag. 443 vinden we het volgende over Elden: "Elden, een dorp met eene Parochikerke, is in de Opperbetuwe, een mijl van Arnhem gelegen. In de Parochikerke van Elden, openstaande door de dood van
Hendrik van Rhede, is in het jaar 1572 na voorgaande afkundiging2) ingestelt heer Mattijs van Gestel, priester. Doch alzoo Van Gestel afstand van de pastorije gedaan had, is in het jaar 1574, na voorgaande afkundiging tot pastoor aangestelt heer Godefridus van Lottem."
Hoogstwaarschijnlijk zal deze Godefriudus van Lottem de treurige tijden van beeldenstorm en kerkenroof meegemaakt hebben. In Arnhem heeft dit ongeveer 1583 of eenigen tijd vroeger plaats gehad. Elden, onmiddellijk bij Arnhem gelegen en natuurlijk onder haar invloed staande, zal ook ongeveer in dezen tijd die droevige dagen beleefd hebben, waarin de kerken met al hun toebehooren aan de Katholieken werden ontrukt en de geestelijken, die niet met de Hervormden mee wilden gaan, verjaagd werden. Of in die dagen de Eldensche pastoor aan het geloof zijner vaderen, aan de H. Kerk is trouw gebleven, ofwel is afgevallen, is ons tot dusverre niet gebleken.
"Te Gey" zoo lezen we in boven aangehaald werk, "was een kapel, staande onder eene nabuurige Parochikerke. Waar dezelve gestaan heeft, is mij onbekend. Dit is zeker, dat er bij Herveld eenee vermaarde kapel heeft gestaan, en tegenwoordig
3) is er ook eene plaats, die nog den naam van kapel heeft behouden.
De kapel te Gey, openstaande door den afstand van heer Reinier Willemszoon, en door het afsterven van heer Matthijs Aalbertszoon, is in het jaar 1573 begeven aan heer Goswinus Goswinuszoon." (Goossen Goossens.)
Na de reformatie bezat Elden geen eigen pastoor of kerk meer. De Katholieken van Elden werden in die tijden bediend door de stads kapelaan of Vicaris van Huissen. In Huissen was de geestelijkheid gebleven, wijl het onder Kleef stond en niet onder de Republiek der 7 Vereenigde Nederlanden behoorde. In het legerboek van St. Elisabeth Convent te Huissen staat van dien vicaris vermeld, dag hij "op de Geldersche boodem drie dorpen als pastoor bedient." Welke die drie dorpen zijn, vinden we in de doodenlijst van Huissen opgeteekend, alwaar op 21 mei 1786 bij de doodsaanteekening van heer Christiaan van Eymeren gezegd wordt: "Hij is 54 jaar kapellaan dezer stad en pastor-missionarius van Bemmel, Angeren en Elden geweest." De kerk van Huissen was dus voor Elden's Katholieken de parochiekerk en de Huissensche Stadskapelaan hun pastoor. Uit dezen stamt dus ook het verhaal, dat op de boerderij "Elderhof" in de voorkamer meermalen het H. Misoffer opgedragen is. De Katholieken moesten in die dagen in het geheim, bij een boer in de kamer of in de schuur, des nachts en op zeer ongeregelde tijden bijeenkomen om de H. Geheimen te vieren, de Sacramenten te ontvangen en Katechismusonderricht te hooren. Die treurige toestand heeft voortgeduurd tot aan de Fransche Revolutie. Toen in 1795 de Fransche revolutie-mannen ons "vrijheid, gelijkheid en broederschap" kwamen brengen (althans op hun manier!) had dit toch voor de Katholieken van Nederland dit gelukkig gevolg, dat de druk der vervolging opgeheven werd. Op verschillende plaatsen van het land mochten de Katholieken weer kerken bouwen en statie's of parochie's oprichten. Ook Bemmel en Elden hadden dit geluk. Van Bemmel vinden we dit vermeld in het oude doopboek van Hulhuizen, waaronder een gedeelte der opgerichte Statie Bemmel geressorteerd had: "Propter erectum novum Pastoratum in Bemmel, die 12 Aprilis hiejus anni 1797, Haelderense separavit a parochia in Hulhuyzen, ad ordinationem Superioris in Spiritiolibus."
4)
De Katholieken van Elden hadden dit geluk een paar maanden vroeger n.l. in Februari 1797, blijkens het volgende, wat de pastoor van Elden in zijn doopboek neerschreef: "In nova erecta Statione in Elden, quae incepit die 10a mensis Februarii anno 1797 a me pastore Henrico Brouwer. Nea Ecclesiano Baptizati sunt…
5).
Hier zijn we dus gekomen bij den eersten eigen pastoor van Elden na de hervorming.
Voordat we het voornaamste van deze Eerw. Heeren aan de lezers meedeelen, willen we in een tweede opstel de verschillende bekende Huissensche stadskapelaans, die hier als pastoors gewerkt hebben, de revue laten passeeren. Dat is dus in den tijd der Calvinistische overheersing in deze landen, van pl.m. 1538 tot 1797. Mochten onze aandachtige lezers nog meer geschiedkundige wetenswaardigheden bezitten, of andere mededeelingen over dit tijdperk kunnen doen, dan houden we ons voor toezending via de redactie beleefd aanbevolen.

Voetnoten
1) Zij heeft geschonken aan de vicarissen van de kerk van Sint Walburgis te Arnhem, n pond 's jaars en begiftigd met al zijn goederen gelegen in de parochie van Elden.
2) Die "afkundiging" was vroeger bij het aanstellen van pastoors gebruikelijk. Wij kennen dit gebruik nog in de drie "roepen" vr het huwelijk.
3) Dit "tegenwoordig" is bedoeld in de jaren 1718/19, toen bovenbedoeld boek verscheen. Of heden ten dage (1927) onder Herveld nog een plaats is met de naam kapel, weten we niet. We meenen wel eens gehoord te hebben, dat daar een boerderij moet liggen, die in de volksmond nog "kapel" heet. Voor aanwijzingen of me dedeelingen dienaangaande houdt Snuffelaar zich via de redactie aanbevolen.
4) Wegens het nieuw opgerichte Pastoraat op den 12en April van het jaar 1797, heeft Haalderen zich van de parochie Hulhuizen afgescheiden, volgens verordening van de overheid in geestelijke zaken.
5) In de nieuw opgerichte parochie van Elden, die begonnen is op 10 Februari van het jaar 1797, zijn door mij, Henricus Brouwer, pastoor, in de kerk gedoopt.


1996-2014 Lucas van Elden, Arnhem.