PAROCHIEGESCHIEDENIS (16)

door LUCAS VAN ELDEN

VICARIEEN (1)

We gaan weer eens ver terug in de tijd. Al speurend in de diverse geschiedenisboeken zijn we terechtgekomen in de periode voor de Reformatie. We gaan het hebben over de voorganger van onze parochie, de Heilige Bonifatiusparochie.
Een katholiek gebruik in de periode van 1350 tot 1550 was het stichten van vicarieŽn. Een vicarie was een geestelijke stichting ter ere van God, de Heilige Maagd Maria of ťťn of meerdere Heiligen. De stichting werd opgericht door een geestelijke, een leek (man of vrouw) uit de parochie of een groep personen uit de parochie.
Het doel van de vicarie was: het bedienen van missen voor de zielen van de stichter en zijn nabestaanden op een speciaal daartoe opgericht altaar, of op een bestaand altaar. Alle bijzonderheden werden nauwkeurig vastgelegd in een stichtingsbrief. Zo werd omschreven het aantal missen, op welke dagen, gezongen of gelezen, etc., etc. Voor de uitvoering van dit alles was de vicaris verantwoordelijk. Vaak werd die functie uitgevoerd door de pastoor van de parochie. Soms werd ook een geestelijke uit de familie van de stichter aangewezen als vicaris. Het aanwijzen van een vicaris gebeurde door een collator (beheerder), dit waren meestal de erfgenamen in rechte lijn. Om het een en ander te kunnen bekostigen werd er door de stichter meestal landerijen aangewezen waarvan de opbrengsten of gedeelten van de opbrengsten ten goede kwamen aan de vicarie.
Na de Beeldenstorm bleven de vicarieŽn bestaan, alleen werden er door de overheid nieuwe regels opgelegd. Hierdoor veranderde met name de doelstelling drastisch. Het geestelijke aspect werd niet meer uitgevoerd en de financiŽle middelen werden vooral gebruikt voor de opleiding van predikanten.
Tot zover een algemeen verhaal over vicarieŽn, als inleiding voor deel II van deze parochiegeschiedenis. We gaan het dan hebben over de vicarie van de Heilige Bonifatiusparochie.


© 2000-2014 Lucas van Elden, Arnhem.